Van opgaven naar prioriteiten

Van opgaven naar prioriteiten

Om scherp aan te kunnen geven welke opgaven er zijn voor de leefomgeving van Nederland, is het verstandig deze apart van elkaar te benoemen. Daarom zijn deze in de voorgaande paragrafen los van elkaar beschreven. We moeten ons daarbij realiseren dat de verschillende opgaven elkaar in veel gevallen raken, zeker als deze in specifieke gebieden neerslaan. Opgaven kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Daar wordt het belang van de ‘NOVI-aanpak’ zichtbaar. Zo moeten we bijvoorbeeld meer woningen bouwen en tegelijkertijd de bereikbaarheid en leefbaarheid in steden verbeteren. We willen de landbouwsector sterk houden en tegelijkertijd de milieudruk verminderen, de biodiversiteit herstellen en het landelijk gebied geschikt maken voor een CO2-neutrale energievoorziening.

Vier prioriteiten

De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.

  1.  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie 
    De klimaatverandering, de energietransitie en de afspraken uit het Klimaatakkoord1 hebben een grote invloed op de fysieke leefomgeving en vragen om afwegingen en vergaande keuzes in de inrichting van onze fysieke leefomgeving (zowel boven- als ondergronds). De maatregelen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op te kunnen vangen en de energietransitie te realiseren, moeten worden ingepast, terwijl er ook grote druk op de ruimte is vanuit andere opgaven en belangen. Daarom is het belangrijk dat de mogelijkheden voor energiebesparing worden benut.
     
  2. Duurzaam economisch groeipotentieel 
    Vanuit onze sterke internationale concurrentiepositie moeten we werk maken van een nieuw (duurzaam en circulair) sociaaleconomisch verdienmodel en blijven zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving en voldoende fysieke ruimte voor bedrijvigheid. Ontwikkelingen voor een duurzaam en concurrerend vestigingsklimaat vragen om een aanpak in samenhang met opgaven als woningbouw, bereikbaarheid, landschap, energietransitie, milieu, gezondheid, welvaart en welzijn.
     
  3. Sterke en gezonde steden en regio’s 
    Het voorzien in een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en ontspannen vraagt om keuzes vanuit een brede afweging: samenhang met bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, klimaatadaptatie, versterking en instandhouding van culturele waarden en verduurzaming van de gebouwde omgeving.
    Zeker omdat het niet alleen gaat om de beschikbaarheid van voldoende woningen van hoge kwaliteit, maar vooral ook omdat we een aantrekkelijke woonomgeving willen realiseren. Gestreefd wordt naar steden en regio’s als gezonde habitat, waarin zoveel als nodig en mogelijk functies worden gecombineerd.
     
  4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 
    Natuurlijke systemen en landschap staan in bepaalde regio’s onder druk. Tegelijkertijd zijn er veel opgaven in het landelijk gebied zoals transitie van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurherstel, bodemdaling en verdergaande verstedelijking. Een toekomstbestendige ontwikkeling vraagt een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.

    De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren. Dit met het oog op de lange termijn én de urgenties op de kortere termijn. Waarbij we belangen zorgvuldig afwegen, met behulp van drie afwegingsprincipes (zie 4.1). Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes via voorkeursvolgordes of strategieën en/of aangegeven welk (regionaal) proces geëigend is om dat in het verlengde van de NOVI later te doen. Binnen deze vier prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid.

[1] Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Klimaatakkoord, Den Haag 2019

Cookie settings