Samenwerking en uitvoering

Samenwerking en uitvoering

(Rick Bekker Fotografie)

Hoe werken we samen
Hoe gaan we de NOVI uitwerken en uitvoeren

De ambities en uitdagingen in de fysieke leefomgeving zijn divers en raken iedereen. Ze vragen om een samenhangende aanpak en nieuwe manieren van samenwerken. Met brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden, burgers en bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Burgers en bedrijven willen vaak actief bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving en het verduurzamen van de manier waarop ze wonen en werken. Dit vraagt om een overheid die stuurt, samenwerkt en faciliteert. Een overheid die uitgaat van de kracht en dynamiek van de samenleving en die sociale innovatie stimuleert. Het Rijk neemt het voortouw en maakt keuzes die richting geven aan deze gezamenlijke opgave. Samen met gemeenten en provincies en de samenleving wil het Rijk de ruimte in heel Nederland zo goed en zo duurzaam mogelijk inrichten.

Hoe werken we samen?


Op diverse plekken wordt gewerkt aan concrete projecten en programma’s in de fysieke leefomgeving.
De inrichting van Nederland is nooit af en verandert continu als antwoord op steeds nieuwe opgaven.
Nederland is als het ware permanent in verbouwing. Of het nu gaat om gebouwen, infrastructuur, natuur:
mensen maken dit land en passen het steeds opnieuw aan zodat het aansluit op nieuwe wensen en eisen
die de samenleving en de leefomgeving stellen.

Overheden formuleren beleidsambities en -doelen en koppelen die zowel aan wetten, regels en bestuurlijke afspraken als aan concrete projecten en programma’s. Daarbij pakken we steeds vaker meer dan één opgave tegelijkertijd op, in onderlinge samenhang en vanuit een gezamenlijke visie. Deze werkwijze is steeds vaker nodig, aangezien de opgaven in de fysieke leefomgeving in veel gevallen met elkaar verweven zijn. Passend bij het gedachtegoed van de Omgevingswet, omarmt de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) daarmee de aanpak zoals die zich de afgelopen jaren meer en meer heeft ontwikkeld én zet daarin een volgende stap.

Het motto hierbij is: “Alleen ga je wellicht sneller, maar samen kom je verder!”. Met dit uitgangspunt zijn Rijk en medeoverheden onder andere in 2018 begonnen met het Interbestuurlijk Programma (IBP) waarin ambities zijn geformuleerd om een aantal urgente maatschappelijke opgaven, waaronder in de fysieke leefomgeving, gezamenlijk op te pakken. Het Rijk pakt een rol in het vormgeven van deze samenwerking; niet vanuit een hiërarchische positie, maar vanuit gelijkwaardig partnerschap. Iedere partij draagt bij aan de maatschappelijke opgave vanuit de eigen expertise, rol, positie en verantwoordelijkheden. Deze werkwijze past bij de uitdagingen van deze tijd.

Samenwerken tussen schaalniveaus (Multi-level governance)

Het Rijk heeft een rol in de samenwerking, de NOVI biedt hiervoor een kader. De ministeries geven hieraan vorm vanuit hun taken en verantwoordelijkheden. De regio is in toenemende mate de meest relevante schaal om opgaven voor de fysieke leefomgeving op te pakken en samenhangende keuzes te maken. Volgens de sturingsfilosofie van de Omgevingswet staan gemeenten primair aan de lat voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. De waterschappen hebben de functionele zorg voor het waterbeheer. De provincies hebben voor de fysieke leefomgeving een duidelijke wettelijke taak en verantwoordelijkheid. Gegeven de verantwoordelijkheden van het Rijk op nationaal niveau is een samenspel nodig tussen regio en Rijk: gezamenlijk optrekken, steeds passend bij de opgave. In het Deltaprogramma[1] wordt bijvoorbeeld sinds 2010 op een dergelijke manier samengewerkt door de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen, met inbreng van maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, burgers en het bedrijfsleven. Op rijksniveau is het nodig dat departementen nog beter gaan samenwerken, zowel in Den Haag als in de regio. Daarnaast is er bij veel opgaven ook een internationale component, die samenwerking vraagt met buurlanden of partners op Europees en mondiaal niveau. Het EU-beleid laat zien dat dit, net als bij de afspraken die gemaakt zijn in Parijs en New York, bij opgaven op het gebied van milieu, duurzaamheid en klimaat nadrukkelijk het geval is. Hetzelfde geldt ook voor opgaven voor bijvoorbeeld de grote rivieren, lucht- en scheepvaart. Daarom pakt het Rijk haar rol in internationale overleggen en bij het vaststellen van internationale kaders en ondersteunt zij de gemeenten en provincies in internationale overleggen met de gewesten dan wel Länder van respectievelijk België en Duitsland over gemeenschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving.

Een samenhangende, gebiedsgerichte en meer geïntegreerde manier van werken wordt steeds meer gemeengoed. De afgelopen jaren is daarmee al ervaring opgedaan, bijvoorbeeld met het programma Ruimte voor de Rivier, het Rijk-Regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) en diverse projecten waaronder de A2-traverse Maastricht en de sleutelprojecten uit eerdere ruimtelijke beleidsnota’s. Momenteel lopen er verschillende programma’s waarin deze aanpak ook wordt gevolgd, zoals het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP), het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ), het Nationaal Programma Groningen, de Woondeals en de bereikbaarheidsprogramma’s (voor de drie Metropoolregio’s Amsterdam, Utrecht en Rotterdam Den Haag). Er is dan ook een goede basis van bestaand beleid en lopende uitvoeringstrajecten om op voort te bouwen. Met de NOVI willen we deze manieren van werken verder versterken, verbinden en verbreden.

Uitgangspunten voor samenwerking

De NOVI hanteert de onderstaande uitgangspunten voor de samenwerking:

1.    We werken als één overheid, samen met de samenleving
De NOVI bindt het Rijk en verbindt Nederland. Uitvoering doen we waar mogelijk samen, baten en lasten worden rechtvaardig verdeeld. Overheden dragen samen verantwoordelijkheid voor de leefomgeving. Elke overheid, en ook burgers en bedrijven, leveren een bijdrage vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden. Voor het Rijk zijn de nationale belangen daarbij een leidraad. Deze aanpak verbindt overheden en belanghebbenden en sluit aan bij de kracht en dynamiek van de maatschappij.

2.    We stellen de opgave(n) centraal
Opgaven houden zich niet aan bestuurlijke grenzen en spelen door de schalen en beleidsthema’s heen. Opgavegericht werken vraagt om samen optrekken en benutten dan wel koppelen van beschikbare middelen, netwerken en al aanwezige initiatieven vanuit de samenleving. Daarmee worden combinaties van functies beter mogelijk. Zowel Rijk als regio kunnen voor de opgaven zoals in de NOVI beschreven, initiatief nemen om nieuwe programma’s te beginnen of te verbinden en elkaar uitnodigen om hierbij aan te sluiten daar waar nuttig en nodig. Het Rijk zal zich hierin open opstellen, gericht op het versterken van de samenwerking.

3.    We werken gebiedsgericht
De opgaven manifesteren zich op verschillende manieren in gebieden. De te maken keuzes zijn dan ook veelal gebiedspecifiek. Een gebiedsgerichte benadering helpt om in partnerschap met betrokkenen keuzes te maken, waarbij de kenmerken[2] van het gebied centraal staan. In de aanpak en uitwerking worden de voor het gebied relevante publieke en private partijen en initiatiefnemers betrokken via een representatieve belangenbehartiging. We hebben oog voor partijen die niet goed zijn vertegenwoordigd. Het gezamenlijk analyseren van de gebiedskwaliteiten en ontwerpen van arrangementen en projecten, vormen een belangrijke basis voor de samenwerking. De gebiedsuitwerkingen kunnen verschillen in schaal, omvang, aanpak en de mate van betrokkenheid van het Rijk daarbij.

4.    We werken permanent en adaptief aan de opgaven
De in de NOVI gestelde doelen en ambities kunnen niet in één keer worden gerealiseerd. De inzichten over welke maatregelen bij de opgaven passen, kunnen veranderen. Ook opgaven zelf kunnen veranderen. Dit vraagt om een uitvoering die adaptief en flexibel is en gericht op het ontwikkelen van nieuwe, passende aanpakken. En om een open uitnodiging naar de samenleving om de innovatiekracht van alle partijen te benutten. Daarom wordt een adaptieve werkwijze gehanteerd, die ruimte biedt voor tussentijdse aanpassing van doelen en aanpak.

Participatie

Brede maatschappelijke betrokkenheid van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers is een voorwaarde voor het slagen van de gezamenlijke ambities. Dit zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, initiatieven, kennis en creativiteit op tafel komen, het vergroot de kwaliteit van oplossingen en mobiliseert collectieve actie en intelligentie.

Participatie vraagt om maatwerk per opgave, gebied en bestuurlijke situatie. De uitdaging is de opgaven en aanpak te koppelen aan het schaalniveau waar de meeste mensen direct mee te maken hebben, zich betrokken bij voelen en concrete handelingsperspectieven (willen) hebben.

Belangrijke aandachtspunten voor een goede participatie zijn:

  • duidelijk zijn over de inbreng die mogelijk is (informatie, consultatie, advisering, samenwerking, meebeslissen, right to challenge) en wat er mee gedaan wordt;
  • bieden van tijdige, heldere en begrijpelijke informatie[3];
  • zorgen voor betrokkenheid van (vertegenwoordigers van) belangrijke belanghebbenden[4];
  • weten wat er leeft (bijvoorbeeld door leefstijlonderzoek).[5]

Rol van het Rijk

De beschreven manier van werken vraagt een duidelijke rolopvatting van het Rijk. Die kan verschillend zijn, afhankelijk van de opgave, het gebied, de context en de gewenste interactie met medeoverheden en de samenleving. We onderscheiden drie rollen van het Rijk bij de uitvoering van de NOVI[6]:

Samenwerkend

Gemeenten, waterschappen en provincies zijn primair verantwoordelijk voor de leefomgeving. Het Rijk zet voor het waarborgen van nationale belangen primair in op een samenwerkende rol, in partnerschap met medeoverheden – ook grensoverschrijdend – en de samenleving. Enerzijds door allianties bij elkaar te brengen (regisseur, spelverdeler), anderzijds als partij aan tafel (gelijkwaardige partner).

Faciliterend

Het Rijk biedt ruimte voor en zoekt aansluiting bij initiatieven van anderen. Het brengt deze als dat nodig en gewenst is verder en stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen, innovatie, (kennis)ontwikkeling en transitie. Het Rijk heeft een rol als verbinder, mediator, expert, kennismakelaar en begeleider. Bijvoorbeeld door het organiseren van gebiedsdialogen, aanbieden van ontwerpateliers[7], het delen van goede voorbeelden, financiering door stimuleringssubsidies en het bieden van experimenteer- en innovatieruimte (de Crisis- en Herstelwet (sinds 2010 in werking) is hiervan een voorbeeld).

Sturend en kaderstellend

Als het nationale belang of de specifieke opgave niet alleen door samenwerken en faciliteren effectief kan worden opgepakt, kan de rol van het Rijk ook meer sturend en kaderstellend zijn. Zo geeft het Rijk extra invulling aan de regierol. Het Rijk stuurt dan op de nationale belangen en doelen via:

  • het realiseren van projecten vanuit de eigen verantwoordelijkheid;
  • het aanwijzen of uitsluiten van gebieden voor bepaalde doeleinden (bijvoorbeeld nabij defensieterreinen, infrastructuur, Natura 2000-gebieden, nationale parken), vanuit (inter)nationale kaders;
  • het opleggen van beperkingen door middel van normstelling en grenswaarden (zoals eisen voor omgevingsveiligheid en normen voor geluid, waterkwaliteit, omgevingsveiligheid en luchtkwaliteit);
  • het met instructieregels sturen op (on)gewenste ontwikkelingen.

Het Rijk geeft dus ruimte en richting, werkt samen en faciliteert waar het kan, en stuurt waar het moet. Het Rijk hanteert de afwegingsprincipes, voorkeursvolgordes en strategieën uit de NOVI.

Samenwerken en uitvoeren met de NOVI
Figuur: Samenwerken en uitvoeren met de NOVI.

 


[1] Ministerie van Infrastructuur en Milieu & Ministerie van Economische Zaken, Deltaprogramma 2018: Doorwerken aan een duurzame en veilige delta. Den Haag 2018.
[2] Natuur- en milieukwaliteiten, landschap, cultureel erfgoed, bedrijvigheid, bewonerssamenstelling, aanwezige maatschappelijke initiatieven.
[3] Conform het Verdrag van Aarhus.
[4] Een hulpmiddel hiervoor is het maken van een demografische scan om zo te weten om wie het gaat.
[5] Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, Inzichten over burgerparticipatie bij nationale visievorming. Den Haag 2019.
[6] Geïnspireerd op het NSOB-Essay Effectief Sturen met Multi-level Governance, Den Haag 2018.
[7] Een voorbeeld is het mede mogelijk maken van de uitgave van het Manifest 'Pionieren aan de maatschappelijke opgaven' door het Stimuleringsfonds creatieve industrie, Rotterdam 2018. In dit manifest wordt in 10 punten, geïllustreerd met voorbeelden van Stadslabs, aangegeven wat de waarde van Stadslabs is voor de NOVI.

 

Cookie settings